Recente geschiedenis

Er ontstonden binnen het bestuur van Drakenburg hevige discussies over het katholieke karakter van de Volkshogeschool en het openstaan voor andersdenkenden. Jan Beerends liet in 1955 in het blad De Tijd weten dat het volgens hem ging om het ‘open katholicisme’: de katholieken maakten deel uit van een groter geheel en daarom stond Drakenburg ook open voor niet-katholieken. Onder zijn naam werd uiteindelijk in 1964 de katholieke genoemde eigenschap geschrapt en Drakenburg werd lid van de “Algemene Vereniging tot Stichting van Volkshogescholen”. In dit jaar is ook de Slotzaal (destijds Aula) gebouwd.

In 1966 nam Jan Beerends afscheid en kwam Anton van de Brink daarvoor in de plaats. In 1990 vond een verbouwing plaats van de linkervleugel, waarbij onder andere het huidige restaurant en twintig hotelkamers werden gebouwd. In 1992 kwam er een fusie tussen de Woodbrookers uit Bentveld, de Volkshogeschool Drakenburg en de Born te Bennekom. De naam “Travers-training, vorming en advies” ontstond. Het bestuur van Drakenburg bleef buiten deze organisatie en besloot het gebouw te verhuren als huiseigenaar aan Travers en het eigen personeel daar onder te brengen. Na een faillissement van Travers is Stichting Drakenburg zelfstandig doorgegaan met de exploitatie van het conferentiecentrum en het personeel.

Eind 2002 stond het bestuur van Drakenburg voor een dilemma. Gaan we het pand slopen en vervangen door een nieuw pand, of gaan we het pand behouden en renoveren? In diezelfde tijd werd de nieuwe (en huidige) directeur Miriam Besteman aangenomen. Samen besloten zij het pand te behouden en aantoonbaar te maken dat het bestaande pand optimaal geëxploiteerd zou kunnen worden. Hierdoor kan het gehele landgoed behouden worden.

Er is gefaseerd gerenoveerd en de organisatie is op professioneel en maatschappelijk gebied florerend. “Ruimte voor Groei” is de slogan van Conferentiecentrum Drakenburg anno nu.

Volkshogeschool

Voor de 2e wereldoorlog rees het idee tot het bouwen van de Volkshogeschool Drakenburg. Het idee voor een volkshogeschool komt uit Denemarken. Het doel was om het gewone volk uit dorpen en gehuchten uit het isolement te halen van armoede, ongeschooldheid en geen sociaal-maatschappelijke en culturele ontwikkeling. In 1928 ontstond ook bij Jan Beerends en een aantal anderen het idee om een Volkshogeschool op te richten.

Jan Beerends werd in Alkmaar geboren en kreeg weinig onderwijs. Toen hij twaalf was begon hij als loopjongen bij een grootwinkelbedrijf. Daarna werd hij etaleur en verkoper. Hij deed veel aan zelfstudie en kwam in contact met mensen uit de wereld van kunst en cultuur. Nadat er een aantal reisbrieven uit Rome van hem werden gepubliceerd in De Maasbode uit Rotterdam, werd Jan Beerends gevraagd om er te komen werken als journalist.

Het doel van de Volkshogeschool was om een plek te creëren waar mensen uit verschillende maatschappelijke kringen en religieuze achtergronden elkaar konden ontmoeten. Dit paste binnen de ontwikkelingen van de jaren dertig en veertig: enerzijds ontwikkelde er een emancipatie van de Nederlandse katholieken en hun organisatie in de eigen katholieke zuil, aan de andere kant waren er jonge intellectuelen die sinds de jaren dertig de verzuiling juist wilden doorbreken. Men streefde ernaar om in elke provincie een Volkshogeschool op te richten, echter dit lukte maar gedeeltelijk. Ook in Baarn had men moeite met de oprichting, omdat het katholieke karakter botste met het ‘vrije’ idee van een Volkshogeschool. In 1938 werd het landgoed gekocht en werd de “Jeugd Werkgemeenschap Drakenburg” opgericht. Dit initiatief kwam van voorvechters voor een Katholieke Volkshogeschool en de Katholieke Arbeiders Beweging (K.A.B.). Het idee was om steeds 100 jonge werklozen onderdak en werk te geven. Dit werd gekoppeld aan het plan om de jongeren onder leiding van een aannemer “Drakenburg” opnieuw te laten bouwen.

Eerst werd een houten kamp gebouwd, waar de jongeren vakonderwijs, algemene ontwikkeling en culturele vorming kregen. Jan Beerends was kampcommandant. Daarna werd begonnen aan de bouw van “Drakenburg”. De stichters van het kamp wilden er geen ‘gesticht’ van maken, maar een prettige sfeer creëren. In het eerste jaar werkten er totaal 234 jongeren. Zij moesten zorgen voor de aanleg van een zes kilometer lange hoofdweg (nu Zandheuvelweg) , wandelwegen door het bos, plantsoenen en een moestuin. Daarnaast waren er werkzaamheden als metselen, timmeren, smeden, schilderen en meubel maken. Er was een strakke dagindeling: 6.30 uur opstaan, samenkomen en liederen zingen, de hele dag werken en ’s avonds een avondprogramma. Het vormingsprogramma bestond uit een verplicht en een vrij deel. Tot het vrije deel behoorden onder andere natuurstudies, zanglessen, cursus Nederlandse taal en boekhouden. Ook kwam er een bibliotheek met 450 eigen boeken en een aantal katholieke kranten.

geschiedenis buitenkant 1In 1941, toen het gebouw zo goed als klaar was, werd het bezet en in gebruik genomen door de Duitsers. De Duitsers gebruikten het pand als hoofdkwartier en gaven het een betere uitstraling door er marmer in te leggen, wat nu nog steeds in originele staat aanwezig is. Het interieur van het hoofdgebouw werd helaas niet gespaard door de Duitsers. Pas na mei 1945 kon er begonnen worden met het Volkshogeschool werk. Jan Beerends leidde het instituut van 1945 tot 1966. In 1946 en 1947 kwamen totaal 112 organisaties bij Drakenburg een programma verzorgen. Ook organiseerde Drakenburg zelf bijeenkomsten voor allerlei groepen. Thema’s in het jaar 1948/1949 waren: christendom & communisme, Duitsland als Europees probleem, wezen en karakter van de volkcultuur, christendom & humanisme, het Nederlandse geestesmerk en gezinscultuur.

Geschiedenis van Drakenburg

Op het landgoed, waar conferentiecentrum Drakenburg gevestigd is, stond vroeger de Ridderhofstad Drakenburg. Dit was een groot kasteel wat volgens archieven alleen voor bewoning diende. Rond 1300 lagen bij Baarn talloze heidevelden en veengronden. Voor de ontginning van deze velden werd een deel in bruikleen gevraagd aan de bisschop van Utrecht. Het bruikleen werd verkregen door Vrederick Heren Wernarszoon van Drakenburg. Vrederick kwam uit een deftige familie uit Utrecht en nam de familienaam Drakenburg aan, waarschijnlijk naar de naam van een huis in Utrecht waar hij woonde. Op de veengronden in Baarn bouwde hij de hofstede Drakenburg in de buurt van het huidige kasteel Groeneveld. Er werd een groot kanaal gegraven voor het steken van de turf. Na Vrederick´s overlijden in 1340 volgde zijn zoon Werner hem op. Werner liet de hofstede afbreken en bouwde kasteel Drakenburg. Het kasteel werd verstevigd met zware muren en diepe grachten en Werner werd tot ridder verheven. Het kasteel bleef bezit van de familie Van Drakenburg, tot de dood van Johan van Drakenburg in 1520. Tweehonderd jaar lang bleef het kasteel in bezit van de familie Drakenburg. Rond 1536 was Drakenburg de enige ridderhofstad van het Gooi. De Ridderhofstad Drakenburg bood tijdens vele oorlogen bescherming aan omliggende dorpen.

Na een aantal wisselingen van eigenaar werd het kasteel in 1811 afgebroken en door een deftig landhuis vervangen. Professor Gerardus Vrolik kocht het huis met landerijen in 1823. Een goede vriend van professor Vrolik, de bekende schrijver Jacob van Lennep, kwam een aantal malen op bezoek. Dit is mogelijk een aanleiding geweest voor Jacob van Lennep om het boek “Ferdinand Huyck” te schrijven. Het verhaal speelde zich af op Drakenburg, in het boek “De Guldenhof” genaamd. Na het overlijden van professor Vrolik in 1860 werden alle bezittingen verkocht en in 1870 werd het landhuis gesloopt op het koetshuis na.